Zwanger met een uterus bicornis (tweehoornige baarmoeder)

Mijn verhaal begint in januari 2019, als ik er achter kom dat ik zwanger ben. Op de 30e verjaardag van mijn vriend sta ik met een positieve zwangerschapstest in mijn hand. We zijn zo ontzettend blij en ook verbaasd dat het zo snel is gelukt. Bij de tweede poging al! De eerste weken gaan in een waas van blijdschap, gezonde spanning en ongeloof voorbij. Tot de dag van die eerste echo aanbreekt, de dag waarop alles veranderde.

Woorden die je niet wilt horen

Na de positieve test maak ik al snel een afspraak voor een eerste echo. We wonen in Frankrijk en dat doe je hier bij een gynaecoloog. Degene die ik vind heeft alleen plek in mijn 5e zwangerschapsweek, een beetje vroeg, maar ik ga toch.

De dag van de afspraak, voor mij de eerste keer dat ik naar een gynaecoloog ga, ben ik best gespannen. Tijdens het intakegesprek vertel ik dat ik ongeveer 5 weken zwanger ben en dat ik weet dat het eigenlijk veel te vroeg is voor een eerste afspraak. Dit was helemaal geen probleem. Ze doet eerst een routine onderzoekje en wil daarna toch een echo maken om te kijken of we het vruchtje al kunnen zien. Spannend!

Ik ga op de onderzoekstafel liggen en de gynaecoloog begint met de inwendige echo. Mijn vriend en ik kijken gespannen naar het scherm. Veel grijs, maar dan is daar een zwarte vlek, met een wit fliepje erin… De gynaecoloog bevestigt dat dit het vruchtje is en wijst ons dan op een knipperende vlekje. Het hartje klopt al! Wow, wat een speciaal moment.

Maar dan blijft het stil. De gynaecoloog bekijkt mijn baarmoeder uitgebreid van alle kanten, het lijkt een eeuwigheid te duren en dan begint ze vragen te stellen. ‘Hebben jullie er lang over gedaan om zwanger te worden?’ ‘Nee.’ ‘Heeft u al eens eerder een echo laten maken?’ ‘Nee.’ ‘Heeft u menstruatieklachten?’ ‘Nee, niet echt…’ Mijn hart bonst in mijn keel en ik vraag me af wat er mis is. En dan komen de woorden die je niet wilt horen. ‘Ik zie iets afwijkends, ik kan het niet met zekerheid zeggen, maar ik denk dat u een baarmoederafwijking heeft.

1 - Twee holtes baarmoeder

Ik krijg een zwaar gevoel in mijn lijf en weet niet wat ik moet zeggen. Ze begint met uitleggen. ‘Hier ziet u een holte, met het vruchtje, en hier zit nog een holte, met een scheiding ertussen’. Ja, we zien het, maar wat betekent dit? Ze legt uit dat ze vermoedt dat ik of een uterus bicornis heb (tweehoornige baarmoeder), of een hartvormige baarmoeder met een tussenschot. Mijn baarmoeder is dus verdeeld in twee kleine holtes, in plaats van één grote. Doordat ik al zwanger ben en de holte met de baby al is gegroeid, kan ze niet goed zien welke vorm ik heb. Ze vertelt dat dit een aangeboren afwijking is en dat er bij de aanleg van mijn baarmoeder iets mis is gegaan. Ze vraagt me om me weer aan te kleden en terug naar de spreekkamer te komen voor meer uitleg.

Dit gesprek gaat snel en we zijn beide zo beduusd dat we eigenlijk maar weinig zeggen. Ze vertelt ons dat er risico’s aan een zwangerschap met deze baarmoederafwijking zitten. Er is een verhoogde kans op een miskraam, er is een grotere kans op een vroeggeboorte en er is een grote kans dat het kindje in een stuit komt te liggen, wat betekent dat het gehaald moet worden via een keizersnede. Dit komt allemaal omdat de baby feitelijk maar een halve baarmoeder heeft om in te groeien.

We knikken wat en vragen wat we nu moeten doen. De gynaecoloog belt direct het gespecialiseerde ziekenhuis in Lyon voor een vervolgafspraak. We moeten over twee weken een echo laten maken in het ziekenhuis om de afwijking te laten bevestigen door een specialist.

We lopen de praktijk uit, naar huis. Zo veel informatie, zo veel onzekerheid… We besluiten om het nog aan niemand te vertellen en de echo in het ziekenhuis af te wachten.

De bevestiging

De dag van de controle-echo in het ziekenhuis is aangebroken. Ik ben zenuwachtig. De gespecialiseerde gynaecoloog in het ziekenhuis bevestigt de afwijking vrijwel direct. Ook zij kan niet met zekerheid zeggen of het een uterus bicornis of een hartvormige baarmoeder met een tussenschot is. Ze gaat uit van een uterus bicornis. Volgens haar maakt het voor het verloop van de zwangerschap niet veel uit. Wel voor in de toekomst, een uterus bicornis is namelijk niet te behandelen. Bij een hartvormige baarmoeder kan eventueel het tussenschot operationeel verwijderd worden.

Gelukkig is deze gynaecoloog optimistisch. Ze bevestigt de risico’s, maar volgens haar is er ook een hele goede kans dat de zwangerschap goed verloopt. We gaan enigszins opgelucht en met een mooie echofoto naar huis. Want ons kleine garnaaltje hebben we toch maar mooi weer kunnen zien, inclusief kloppend hartje!

De rest van de zwangerschap krijgen we elke maand een controle-echo en een afspraak met een gynaecoloog in het ziekenhuis. Mijn zwangerschap is nu officieel een risico zwangerschap.

De zwangerschap

Als ik 11 weken zwanger ben, besluiten we om het nieuws aan onze ouders te vertellen. Ze zijn heel enthousiast, maar natuurlijk moeten we ook het extra nieuws vertellen over de afwijking en de risico’s. Ik vind het ontzettend jammer dat er bij zo’n leuk moment eigenlijk direct een ‘maar’ komt.

Mijn zwangerschap verloopt tot ik zo’n 5 maanden zwanger ben eigenlijk heel goed. Ik heb nauwelijks last van zwangerschapskwaaltjes. Mijn buik groeit snel, al met 3 maanden heb ik echt een zichtbaar zwangerschapsbuikje. Hoe groter mijn buik wordt, hoe duidelijker je de afwijking ook van buitenaf kunt zien. De baby zit in de rechter holte van mijn ‘dubbele’ baarmoeder en dit zie je duidelijk als ik op mijn rug lig. Doordat de baby maar de helft van de ruimte heeft, groeit mijn buik zo snel.

2 - Scheve buik

De maandelijkse controle-echo’s gaan super goed. De baby groeit goed en heeft elke keer nog voldoende ruimte en vruchtwater. De 20 weken echo is perfect en alles klopt bij ons kindje, dit is een hele geruststelling! Omdat de hele zwangerschap zo medisch is en er al zoveel onderzocht wordt, willen we het geslacht niet weten. Zo hebben we in elk geval aan het einde nog een leuke verassing. Bovendien maakt het ons doordat we weten dat er nogal wat risico’s zijn ook echt absoluut niks uit. Het cliché ‘als het maar gezond is’, telt voor ons gevoel twee keer zo zwaar.

Nog een extra afwijking

Bij één van de controleafspraken komt de gynaecoloog in het ziekenhuis er achter dat ik niet alleen twee holtes heb in mijn baarmoeder, maar ook twee baarmoedermonden. Ik denk dan, ja dat kan er ook nog wel bij… Volgens de gynaecoloog heeft dit verder geen effect op de zwangerschap en kan ik ook gewoon natuurlijk bevallen, de baby kiest gewoon één van de twee uitgangen. Ik heb een soort twee-onder-een-kap baarmoeder!

Bedrust

27 juni, ik heb weer een controle-echo. Helaas, dit keer is het minder positief. Mijn baarmoedermond is aan het verstrijken, vorige week was hij nog ruim 5 cm, nu nog maar 3. Ik mag naar huis, maar moet nu bedrust houden en er komt één keer per week een verloskundige thuis langs om een CTG-scan te maken om te kijken of ik weeën heb. Ik ben nu ruim 26 weken zwanger.

Niet meer naar huis

8 juli, ik heb al een paar dagen een drukkend gevoel in mijn onderbuik en pijn onderin mijn rug. Ik heb het gevoel dat ik misschien een blaasontsteking heb. Ik laat een testje doen, maar ik heb geen blaasontsteking. Het voelt niet goed. Mijn vriend hakt de knoop door, we gaan naar het ziekenhuis voor controle. Ik weet dat dit de juiste beslissing is, maar ik heb er een slecht gevoel bij. Als we de straat uit rijden, schiet er door mijn hoofd, ‘hier kom ik voorlopig niet terug’. In het ziekenhuis aangekomen moeten we plaats nemen in de wachtkamer voor spoedgevallen van de kraamafdeling. Het duurt lang en ik heb nu ook pijn tijdens het zitten, alsof ik heel nodig moet plassen.

Als ik eindelijk aan de beurt ben, onderzoekt de verloskundige eerst mijn baarmoedermond en legt me daarna direct aan een CTG-scan. Ze legt eigenlijk niks uit en er flitst van alles door mijn hoofd. Als de CTG-scan klaar is mag ik weer in de wachtkamer gaan zitten, ze gaat overleggen met de gynaecoloog van dienst.

Na een tijdje worden we in de spreekkamer van de gynaecoloog geroepen. Ik moet gaan zitten. En dan krijgen we het bericht dat ik verwachtte en absoluut niet wilde krijgen: ‘Het spijt me mevrouw, u gaat vandaag niet meer naar huis’. Mijn hart bonst in mijn keel en tranen prikken in mijn ogen. Hier was ik al bang voor. Ik ben 28 weken zwanger. Mijn baarmoedermond is nu nog maar 2 cm en ik begin al lichte ontsluiting te krijgen, bovendien heb ik lichte voorweeën, wat het drukkende gevoel verklaard. Hiermee mag en kan ik niet naar huis.

 Weeënremmers, longrijpers en alleen maar onzekerheid

Na een uurtje wachten is er een kamer voor me gevonden op de kraamafdeling van het ziekenhuis. Ik krijg uit voorzorg een injectie met longrijpers (twee prikken in 24 uur) en ik moet weeënremmers en magnesium innemen. Als ik eindelijk alleen ben, komen de tranen. Ik ben zo teleurgesteld dat mijn zwangerschap zo eindigt. Hoewel de gynaecoloog heeft gezegd dat ze me voor 72 uur ter observatie willen houden, voel ik gewoon dat het langer gaat duren.

Door de vermoeidheid en stress heb ik de volgende dag veel voorweeën die nu ook pijnlijk worden. Ik krijg extra weeënremmers, maar die lijken niks te doen.

4 - 1 week in het ziekenhuisDe derde dag in het ziekenhuis, mijn medicatie wordt verhoogd, ik krijg nu zwaardere weeënremmers. De weeën houden aan en ik mag zelfs mijn buik niet meer aanraken, omdat ik hier direct weeën van krijg. Helaas is mijn baarmoederhals nog verder verstreken en ik moet 48 uur langer in het ziekenhuis blijven om te kijken of de nieuwe medicatie aanslaat. Gelukkig komt mijn vriend elke dag even langs voor de nodige afleiding en steun.

Dag 4, het is vrijdagochtend, de verhoogde medicatie lijkt ook niet aan te slaan, ik heb nog steeds om het kwartier pijnlijke voorweeën, ook ’s nachts. Ik moet nu ten minste tot maandag blijven.

Bevallen met 29 weken?

Maar die middag gaat het al flink mis. De weeën komen nu om de 7 minuten en blijken ontsluitingsweeën te zijn. De verloskundige maakt een CTG-scan en roept mijn gynaecoloog op. Terwijl we wachten, plaatst een andere verloskundige snel een infuus in mijn pols, ‘voor het geval dat’ zegt ze… De gynaecoloog is er snel, ze bekijkt de scan en meet mijn baarmoedermond. Ze kijkt gespannen en zegt, ‘dit is niet goed’. ‘Je baarmoedermond is verstreken en je hebt lichte ontsluiting, we gaan je direct naar de bevalkamer brengen’. Ik raak in paniek en begin te huilen. Door wat ze zegt heb ik het idee dat ik nu ga bevallen. Ik word met bed en al in de lift gereden en naar de bevalafdeling gebracht. Mijn vriend mag niet direct mee, hij moet eerst beschermende kleding aan. Ze rijden me een bevalkamer in en plaatsen een nieuw soort weeënremmers in het infuus. De verloskundige van die afdeling legt uit dat dit als het goed is de weeën zal stoppen en dat ik hier 3 uur moet wachten om te zien of het aanslaat. Ik ga dus toch niet direct bevallen… Wat een rollercoaster.

De weeën worden na driekwartier inderdaad minder pijnlijk en ze komen steeds minder vaak. Ik kan weer een beetje ademhalen. Mijn vriend is er inmiddels gelukkig ook en samen wachten we de drie uur af. Uiteindelijk mag ik in de avond weer naar mijn eigen kamer. Deze, de meest zware, weeënremmers lijken te helpen. Eindelijk verlichting. Er wordt me verteld dat ik deze medicatie in een kuur van 48 uur krijg, hierna is het afwachten of de weeën nu definitief stoppen. Dat is namelijk het normale effect van deze medicatie. Bij een vrouw met een normale baarmoeder zou dit de weeën zeker een week moeten stoppen.

Nou, bij mij dus niet, nadat de kuur is afgelopen komen de weeën weer op gang, eerst met een half uur ertussen, later weer om de 5 minuten. Hetzelfde gebeurt, ik word weer met spoed naar de bevalafdeling gereden en er wordt een tweede kuur in het infuus geplaatst. Dit slaat weer na een paar uur aan. Ik kan weer 48 uur vooruit. Tijdens de weeën gaat het gelukkig wel goed met de baby, hij of zij heeft een goede hartslag en beweegt nog steeds goed. Dit is een geruststelling.

Tegen het einde van de tweede kuur begint bij mij de stress weer op te lopen. Wat gaat er nu gebeuren? Beginnen de weeën opnieuw en ga ik dan bevallen? Er is mij verteld dat ik geen derde kuur mag, schijnbaar is deze medicatie niet veilig om lange tijd te geven. Ik ben nu 29+5 weken zwanger.

De 48 uur zijn om, de kuur is afgelopen. Ik krijg dit keer direct een andere soort weeënremmers in tabletvorm. Toch doet dit niks, want binnen een paar uur lig ik weer te vergaan van de pijn en komen de weeën weer om de 5 minuten. Ik roep de verloskundige op. Er wordt weer een CTG-scan gemaakt en de gynaecoloog komt langs om mijn baarmoedermond te controleren. Ook wordt er bloed bij me afgenomen om te kijken of ik een infectie heb.

Na kort overleg wordt er besloten dat ik toch een derde kuur via het infuus krijg. Ik heb geen infectie en ik heb niet meer ontsluiting gekregen. Hierdoor zijn de risico’s van een derde kuur uitgesloten. Omdat de artsen niet met zekerheid kunnen zeggen waarom ik deze weeën heb, willen ze alles uitsluiten. Als ik een infectie zou hebben die de weeën veroorzaakt, kan dit schadelijk zijn voor de baby en willen ze de bevalling niet nog langer uitstellen. Dit is niet het geval, dus ik kan weer 48 uur aan het infuus.

Er wordt me dit keer echt op het hart gedrukt dat dit de laatste kuur is. Wat er hierna gebeurt zijn de artsen erg onduidelijk over. Het komt erop neer dat ik dan de weeën zelf zo lang mogelijk zou moeten uitstellen door te ontspannen. Onmogelijk lijkt me. De baby heeft gewoon geen plek meer in mijn te kleine baarmoeder en mijn lichaam wil de bevalling in gang zetten.

De bevalling begint

Als de 48 uur voorbij zijn, wordt het infuus losgekoppeld en er wordt een hypnosebehandeling aangeboden om echt diep te kunnen ontspannen. Het is al avond en ik ga ermee akkoord. Baat het niet schaadt het niet, ik ben nu in staat alles te proberen. Ik wil deze baby zo lang mogelijk in mijn buik houden. Ik ben nu 30 weken zwanger.

De hypnose is eigenlijk wel fijn, het lukt me om echt te ontspannen en ik ben klaar voor de nacht. Die verloopt redelijk rustig, om het uur een wee ongeveer, maar tegen de ochtend komen de weeën weer steeds vaker en rond 13:00 uur houd ik het niet meer vol. Ik druk toch maar op het knopje om de verloskundige op te roepen.

Ze komt binnen en ziet het direct. ‘Het gaat niet meer hè?’, zegt ze. Ze meet mijn baarmoedermond op en zegt, ‘Nou het is begonnen hoor, je hebt al 3 cm ontsluiting.’. ‘Waarom heb je me niet eerder opgeroepen?’. ‘Durfde je niet?’. Nee, dat durfde ik inderdaad gek genoeg niet, ik wilde er gewoon niet aan toegeven.

Ik bel direct mijn vriend om te zeggen dat hij nu naar het ziekenhuis moet komen en dat de baby nu toch echt komt. Ik word ondertussen in een ziekenhuishemd gehesen en met bed en al naar de bevalafdeling gereden. Daar krijg ik de banden van de CTG-scanner weer om mijn buik om de weeën te monitoren en het hartje van de baby te controleren. De weeën worden steeds intenser. Gelukkig is mijn vriend dan ook in het ziekenhuis aangekomen en ben ik niet meer alleen. Bij elke wee knijp ik zijn hand fijn, de ontsluitingsweeën worden steeds heftiger!

Nog een complicatie…

De gynaecoloog komt controleren of ik via de natuurlijke weg kan bevallen, dat wil ik graag. Maar door de twee baarmoedermonden wil ze toch inschatten of het kan. Ze vraagt nog een second opinion aan een tweede gynaecoloog. De baby is goed ingedaald en lijkt goed voor de baarmoedermond te zitten die aan het ontsluiten is. Ze komen er dan echter ook achter dat ik een klein tussenschotje in mijn vagina heb, tussen de twee baarmoedermonden (het wordt steeds gekker). Volgens haar is een natuurlijke bevalling wel mogelijk en als het tussenschotje eventueel in de weg zit tijdens de bevalling zullen ze dat inknippen. Voor de zekerheid krijg ik wel een ruggenprik, zodat er direct een keizersnede gestart kan worden als dat nodig is. Omdat ik pas 30 weken zwanger ben, willen de artsen geen risico’s nemen. Dit vind ik ook een fijn idee.

De ruggenprik is geweldig, wat een verlichting! Voor het eerst in 2 weken voel ik geen weeën meer. Ik voel me beter dan ik me in tijden heb gevoeld. Op de CTG-scan zie ik de weeën uitslaan, maar ik voel niks, heel bizar.

Na zo’n 2 uur komt een verloskundige kijken hoe ver de ontsluiting is, ik zit al op 7 cm! Kort daarna voel ik ook nattigheid en denk dat mijn vliezen gebroken zijn. Zeker weet ik het niet, want met die ruggenprik voel ik het niet goed. De verloskundige komt kijken en inderdaad, het eerste membraam van de vliezen is gebroken. Ze stelt voor om ze volledig te breken. Dit doet ze met een soort haakje. Het vruchtwater gutst er letterlijk uit, ik dacht dat dit altijd een beetje overdreven was, maar nee dus. Het vruchtwater is helder en alles lijkt goed te gaan.

De baby heeft het (te) zwaar

Maar dan, tijdens een wee, gaat de hartslag van de baby omlaag. Heel ver omlaag. In eerste instantie zegt de verloskundige dat dit normaal is, omdat het vruchtwater weg is, moet de baby even wennen aan de ‘nieuwe situatie’. Ze vraagt me op mijn zij te draaien om de baby wat meer ruimte te geven. Ze wacht twee hartslagen, maar die gaat niet omhoog, alleen maar verder omlaag.

Dan vliegt de gynaecoloog de kamer binnen, ‘We gaan NU een spoedkeizersnede beginnen, de baby heeft het te moeilijk!’. Achter haar komt de anesthesist binnen rennen, hij zet de lokale verdoving in de ruggenprik en begint terwijl ze met mijn bed door de gang rennen met testen, ‘Voelt u dit?’, ‘voelt u dit?’. Ik weet het niet… Ik ben zo bang dat ik iets zal voelen tijdens het snijden dat ik denk iets te voelen. Ondertussen komen we op de OK aan en ik hoor de artsen roepen, ‘Spoedkeizersnede, code oranje, 15 minuten om de baby te halen!’. De zaal staat vol met zo’n 10 man. Ik word met mijn verlamde benen op de operatietafel gelegd. De anesthesist vraagt nog eens, ‘Voelt u dit mevrouw? Nee? Ik knijp u nu heel hard’. Nee, ik voel niks, gelukkig.

Mijn vriend moet buiten de OK wachten. Ik lig met mijn armen gespreid, als Jezus aan het kruis, op de operatietafel. Ik krijg een zuurstofbuisje onder mijn neus, er wordt een scherm gehesen en de artsen zijn al begonnen. Ik voel geen pijn, maar ik voel wel gerommel in mijn buik. Ik hoor dat ze een klem op de opening zetten, ik voel getrek en geduw en dan houden de artsen de baby omhoog. Het huilt! Ik vraag direct ‘Wat is het?, Wat is het?’. ‘Wilt u het geslacht weten?’ ‘Ja’. ‘Het is een jongen!’ Ik denk bij mezelf, zie je wel, ik wist het! De anesthesist vraagt me hoe hij gaat heten. ‘Luuk, hij heet Luuk’.

Luuk wordt direct door de kinderarts meegenomen, buiten de OK. Ik heb geen idee hoe het met hem gaat, ze moeten mij eerst oplappen. De operatie duurt ongeveer een half uur, dan word ik weer op mijn oude bed gelegd en naar buiten gereden, naar een zaal waar nog twee vrouwen liggen bij te komen van een keizersnede. Hier moet ik wachten tot de verdoving is uitgewerkt. Mijn vriend komt direct naast me zitten, hij vertelt me dat de artsen nog bezig zijn met Luuk, hij heeft hem ook maar kort gezien.

Ik heb op dat moment geen idee wat er allemaal gebeurt, ik zit een beetje in een roes. Achteraf blijkt dat de kinderarts een klein uur met Luuk bezig is geweest en dat hij in die tijd twee keer is gestopt met ademen. Hij wordt uiteindelijk geïntubeerd, zodat hij beademd kan worden. Als hij stabiel is, rijden ze de couveuse naar mijn bed, maar ik zie eigenlijk niks. Ze brengen hem daarna direct naar de NICU.

47 dagen in het ziekenhuis

Luuk is op 20 juli om 18:24 geboren en ik kon uiteindelijk pas de volgende dag om 12:00 uur naar de NICU om hem te zien. Dit vond ik heel zwaar. Hij deed het gelukkig goed. Hij woog bij de geboorte 1660 gram, een grote baby voor 30 weken.

In totaal heeft Luuk 47 dagen in het ziekenhuis gelegen, eerst op de intensive care afdeling en later op de medium care afdeling van de NICU. Over het algemeen ging het steeds beter met hem, hij heeft één kleine terugval gehad. Toch was dit een spannende, emotionele en onzekere tijd voor ons als ouders. Mijn vriend en ik bezochten hem elke dag, voor veel buidelmomenten, mini luiertjes verschonen in de couveuse, mijn gekolfde moedermelk brengen en later ook om hem in bad te doen. De laatste 10 dagen heb ik samen met Luuk op de zogeheten ‘kangoeroe-afdeling’ gelegen. Samen wennen en oefenen met borstvoeding. Op 5 september mocht hij eindelijk mee naar huis en begon voor ons het echte leven met zijn drieën. Luuk is nu 10 maanden oud en heeft de groeicurve inmiddels ingehaald. Hij doet het super!

Geen uterus bicornis

Uit onderzoek na de bevalling en het herstel blijkt dat ik toch geen uterus bicornis heb, maar een hartvormige baarmoeder met een breed tussenschot, dat redelijk ver doorloopt. Dit kan eventueel met een operatie verwijderd worden, maar de artsen kunnen niet garanderen dat een volgende zwangerschap dan beter verloopt. Het kan beter gaan, maar het kan ook zelfs slechter gaan. Op dit moment hebben we besloten niks te laten doen. We zijn er niet aan toe om over een tweede kindje na te denken. Vooralsnog willen we niet het risico nemen om dit een tweede keer mee te maken. We hebben ontzettend veel geluk gehad dat het uiteindelijk zo goed is afgelopen en hier zijn we ons heel bewust van.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s